| Nederlandse Coöperatieve Studie naar de Adequaatheid van Dialyse |
|
|
Wat is Necosad?Necosad staat voor Nederlandse Coöperatieve Studie naar de Adequaatheid van Dialyse, een onderzoek waar bijna alle dialysecentra in Nederland aan hebben meegedaan. Het werd betaald door de Nierstichting en de overheid. De doelstellingen van Necosad waren:
Voor deelname aan Necosad kwamen volwassen (>18 jaar) incidente nierpatiënten in aanmerking die nog niet eerder met niervervangende therapie waren behandeld. Hen werd schriftelijke toestemming gevraagd. In de deelnemende centra werd de behandeling op een, voor dat centrum, gebruikelijke wijze. Bij de patiënten werden 4 tot 0 weken voor de start van de dialyse de volgende gegevens geregistreerd: demografische gegevens (geboortedatum, geslacht, etnische afkomst), starttherapie en de reden waarom daarvoor werd gekozen, poliklinische voorbereiding voor dialyse, primaire nierziekte (EDTA-code), bijkomende ziekten (zowel het vóórkomen als de ernst daarvan), rookgewoonten, lengte, lichaamsgewicht, bloeddruk, medicijngebruik, laboratoriumonderzoek (albumine, ureum, creatinine), nierfunctie (gemiddelde creatinine- en ureumklaring), kwaliteit van leven.
Vervolgens werden op 3, 6, 12, 18 etc maanden na het begin van de dialyse geregistreerd: dialysemodaliteit, therapiewisselingen (ook eventuele niertransplantatie) en redenen hiervan, registratie op wachtlijst voor niertransplantatie, streefgewicht, werkelijk gewicht (bij hemodialyse vóór en na dialyse), bloeddruk (bij hemodialyse vóór en na de dialyse), dieet, voedingstoestand, gemeten als SGA en BMI (tot 2002 ook anthropometrie), medicijngebruik, ziekenhuisopnames, de duur en redenen daarvan, laboratoriumonderzoek (Hb, Ht, ferritine, Na, K, bicarbonaat, Ca, PO4, AF, PTH, cholesterol), ureum- en creatininekinetiek, restnierfunctie, Karnofsky index, kwaliteit van leven. Op alle tijdstippen van meting werden monsters van serum, dialysaat en (indien nog urineproductie aanwezig) urine afgenomen en ingevroren. Van het grootste deel van de patiënten kon DNA-materiaal worden verzameld. De vragenlijsten met betrekking tot de kwaliteit van leven werden door de patiënten zelf ingevuld. De dialyseverpleegkundigen in de centra verrichtten de meting van de voedingstoestand. Omdat bij patiënten die deelnamen aan de pilot, Necosad -1, de eerste metingen pas drie maanden na de start van de behandeling werden verricht, zijn van hen over restnierfunctie en kwaliteit van leven geen gegevens over het startmoment van de dialyse beschikbaar. Om de werkelijke verschillen tussen hemodialyse en peritoneale dialyse te kunnen analyseren werd binnen het Necosad-cohort een gerandomiseerde trial hemo- versus peritoneale dialyse uitgevoerd. Deze trial werd door de Ziekenfondsraad gefinancierd. Bij patiënten zonder duidelijke contra-indicatie voor één van beide dialysemodaliteiten werd in de predialyse fase gevraagd om aan de trial mee te doen. Patiënten die via randomisatie waren ingestroomd werden vervolgens op dezelfde wijze behandeld als patiënten in het cohort. Ook de gegevensverzameling verschilde niet. Op verzoek van de Nierpatiëntenvereniging LVD werd, om onterechte dwang op patiënten uit te sluiten, een ombudsman aangesteld. |
|
|
| Copyright © 2003-2007 Hans Mak Instituut, Koningin Wilhelminalaan 29b, 1411 EL, Naarden | ||